Hoofdstuk 11. Financiën

De SGP staat voor een gedegen financieel beleid en een sluitende, heldere en inzichtelijke meerjarenbegroting. De begroting moet robuust zijn, zodat niet bij de eerste de beste tegenwind ingezet beleid geschrapt moet worden. Stabiliteit in inkomsten en uitgaven dient voorop te staan. Ons doel is niet de laagst mogelijke belastingen te realiseren, maar om weloverwogen te beslissen waaraan de gemeente geld besteedt. Wij willen graag bij ieder voorstel afwegen of de kosten per inwoner opwegen tegen wat met het voorstel bereikt wordt. Zeker in deze economisch wat mindere tijd is dat belangrijk. De SGP is bereid om het mes in de uitgaven te zetten wanneer dat nodig is en er keuzes gemaakt moeten worden. Een sober financieel beleid is noodzakelijk en lasten mogen niet worden doorgeschoven naar de toekomst.

Aandachtspunten:

  • De meerjarenbegroting is sluitend, helder en ook voor de gewone burger inzichtelijk.
  • De budgetten moeten duidelijk laten zien waarvoor ze bestemd zijn. Dus geen budget gebaseerd op voorgaande jaren.
  • De gemeentebegroting moet meetbaar en actueel zijn.
  • Voldoende buffers voor onverwachte uitgaven inbouwen bij grote projecten. Speciale aandacht is vereist voor de financiële controle tijdens de lopende projecten, zodat bijtijds kan worden bijgestuurd bij overschrijding van het budget.
  • Heldere financiële rapportage bij een wijziging van beleid. Het moet duidelijk zijn wat de financiële gevolgen zijn bij het nemen van een beslissing.
  • De belastingtarieven mogen in principe alleen met de inflatiecorrectie worden verhoogd. Gaten mogen niet worden gedicht met een extra verhoging van de OZB. Als er grote verliezen zijn, of onvoldoende buffers, moet er eerst worden gekeken naar het niet uitvoeren van taken of plannen en het kostendekkend zijn van de gehanteerde tarieven.

Subsidiebeleid

De SGP vindt dat subsidies vooral een ondersteunend karakter moeten hebben. Het initiatief ligt bij de burger. Van die burger mag dan ook best een behoorlijke eigen bijdrage worden verwacht.

Aandachtspunten:

  • Voldoen de subsidies nog wel aan het gesteld doel, en zijn ze nog actueel?
  • Wordt er door een voldoende deel van de bevolking gebruik gemaakt van de gesubsidieerde instelling? Er moet duidelijk zichtbaar zijn hoeveel burgers er gebruik maken van de faciliteiten. 
  • Subsidies mogen niet strijdig zijn met de christelijke beginselen.
  • Subsidies zijn vooral bedoeld om instellingen toegankelijk te maken voor minder draagkrachtige personen en instellingen.
  • Er dient een goede controle te zijn op de verstrekte subsidies, zodat deze terechtkomen bij de burgers voor wie ze bedoelt zijn. Als subsidies niet doelmatig ingezet worden, moet dit consequenties hebben.